Walden-pond

Zoekt en gij zult vinden

 

Als je in het hele vroege voorjaar winde wilt vangen die optrekt richting de paaigronden zal je je goed moeten voorbereiden. Het kan zelfs zijn dat je nu al te laat bent voor dit seizoen. Het begint immers over een paar weken. Er vanuit gaande dat je water weet waar winde normaliter aanwezig is zal je er als allereerst achter moeten zien te komen waar ze jaarlijks paaien. Een tamelijk gecompliceerde opgave. Dat geef ik grif toe. Dat kan redelijk goed lukken door vastberaden eigen observatie. Daar gaan heel wat uurtjes in zitten.

 

Ik zie er in elk geval twee. Maar als je wat beter kijkt drie zelfs.............Nou ok de foto is niet briljant ...2 en een halve

 

Denk hierbij aan kleine(re) stromende watertjes die in verbinding staan met groot of groter water. Dat kunnen soms watertjes zijn waar je de rest van het jaar nooit een vis zal treffen. Als deze watertjes ook nog eens helder zijn kun je de optrekkende vissen op enig moment absoluut zien verschijnen. Wat later tref je ze vaak aan in de buurt van stuwen en obstakels waar ze, net als zalmen, tegenop proberen te springen. Een buitengewoon spectaculair gezicht. Want een winde kan wel een halve meter hoog springen. 

 

Zo'n eentje noemen wij hier een optrekker. ofwel een vis die vanaf de randmeren in gekomen.

 

Maar ook kun je eens kijken hoe en waar witvisvissers ze vangen. Als zij op bepaalde plekken en tijdstippen meer winde vangen dan normaal het geval is kom je waarschijnlijk al een weer stukje verder.  Dan weet je op z’n minst dat ze dáár dus langs komen. Op de grote rivieren zie je overigens dat winde ondieptes opzoekt. Bij voorkeur met riet  aan de kant. Maar ook ondergelopen uiterwaarden zijn paaiplekken wanneer het water daar hoog staat.

 

 

Nadat de hele reeks aan hitsige mannetjes voorbij is getrokken verschijnen dan toch, op enig moment, de super dikke dames..............

 

In het begin van de paaitrek zijn het vooral mannetjes die op pad gaan. Dat is meestal begin Maart. Zodra de watertemperatuur boven de 10 graden uitkomt worden dat er steeds meer. En als het water langzaam doorwarmt zullen ook de kogelronde vrouwtjes arriveren. Al naar gelang hoe die watertemperatuur zich zal blijven ontwikkelen zal uiteindelijk de daadwerkelijke paai plaatsvinden. En zoals bij vele vissoorten is het dan uiteraard onacceptabel ze dan te belagen. Bovendien eten ze tijdens de paai toch al niet.

 

 

erikdenoorman

Ode aan het blanken

 

Ik ken weinig dingen die rechter zijn,

Dan de Kromme rade.

Daar diep verscholen in de drek,

Slaat een snoek mijn streamer gade.

 

 

Geen vin beweegt geen staart die slaat,

Geen bek gaat er vandaag nog open.

Al komt mijn streamer in het zicht,

Geen snoek die er echt acht op slaat.

 

 

Al werpend en lopend kom ik steeds nader,

Aan de rand van een veengebied.

Waar ik zoveel jaren heb gevist,

Samen met mijn vader.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 “Vliegvissen is niets voor jou. Dat zal je snel vervelen” ,

Hoe anders zou het echter gaan.

Nu doe ik haast niet anders meer

Hoe graag had ik dat met hem nog willen delen.

 

 

 

Ondertussen kleurt het zwerk, aan het einde van de dag ,

Ja er komt er zelfs wat zon.

Er valt een druppel van mijn neus,

Hoe fijn dat ik hier nu even wezen mag.

 

Weinig actie maar veel tijd om na te denken,

Struinend door het natte gras.

En gewoon met prettig leeg ontspannen hoofd,

Niets vangen maar gewoon eens lekker blanken

 

 

erikdenoorman

Een laagje te weinig

 

Tja, daar sta je dan aan de haven. Het zou een paar uur droog worden. Maar in plaats daarvan ging de regen over in ijskoude motregen. In combinatie met de matige wind zou dat echter geen probleem mogen zijn. Ik ben immers gewend aan dit type weer en kleed me dan ook steevast in meerdere laagjes en… niet te strak. Lucht isoleert namelijk ook prima. Maar dan….SHT!
Mijn laatste laagje dat de wind en de regen tegen moest gaan houden hing nog thuis aan de kapstok. Dat was balen natuurlijk. Ik besloot het laagje achterwege te laten en het toch maar te gaan proberen. Maar na paar minuten voelde ik de koude wind al op mijn vel. En dat is bepaald onprettig kan ik je vertellen. Wat nu ? Dit was toch echt te weinig om te voorkomen dat je nat en verkleumd raakt
Naar huis rijden, en dan weer terug, vond ik geen optie. Nogmaals checkte ik of er wellicht een alternatief in mijn auto lag. Mooi niet dus. Maar ik wilde absoluut graag vissen dus moest er een oplossing komen. Een nieuwe kopen vond ik wel wat gortig. Ik kreeg plots een ingeving en ging uitzoeken of ze daar niet toevallig een kringloopwinkel hadden. Met wat mazzel zouden ze daar wel eens een jas kunnen hebben voor een prikkie.

 

Nou er hingen er drie die in aanmerking kwamen. Eén was veel te groot, de ander tamelijk afgedragen maar bovendien niet echt waterdicht zo te zien. De derde dan maar, Een soort van groene waxcoat maar dan van ander materiaal. En zeer waarschijnlijk waterdicht of op z’n minst afstotend. Ik rekende het schamele bedrag €7,50 af. ’t Ding, een echte Tom Taylor, paste perfect en bleek als extra bonus ook nog eens warm gevoerd!

 

  

En zo stond ik niet veel later mijn nimfjes te zwiepen op de spekgladde kade. Kanariegele en gifgroene nimfjes met een staartje van konijnenbont. De groene hoefden ze beslist niet vandaag. Maar op de gele pakte ik een tiental voorns waarvan, voor het eerst dit seizoen, er een paar tegen of net over de 30 cm. Waren. Verder nog de nodige baarsjes en middelgrote baarzen, een fraaie blei en een pos . Al met al niet iets om ontevreden over te zijn! Opvallend was wel dat zowel de regen was opgehouden als dat de wind was gaan liggen. Toch was ik blij met de aankoop van dat ene extra laagje.

 

erikdenoorman

Polder geneugten

 

Niet iedereen vindt zijn gerief in de polder. Soms lijkt het dat je alleen nog maar plezier kunt hebben aan meter plus snoeken op groot water. En ik begrijp de kick daarvan ook best wel. Ik heb het zelfs eens geprobeerd! Lekker ronddobberen rond de vaargeul en ja hoor….. Dan hangt er zomaar een dikke snoek aan. Ik beschrijf het wat plastisch realiseer ik me maar zo was mijn ervaring wel. Ook weet ik dat het niet had kunnen plaatsvinden zonder het vele research werk van anderen. Effectief snoeken belagen op groot water is een tak van sport die je niet moet onderschatten. Veel bikkelen, blanken, afzien van de elementen, eindeloos proberen en experimenteren. En dan ook nog eens de concurrentie en de stekkenpezers.  Je kunt het gerust hardcore flyfishing noemen. Een respectabele manier van het belagen van ontzettend grote snoeken. Mooi om te zien hoe bijv. Edwin K. dit op een onnavolgbare wijze heeft doorontwikkeld. 

 

Maar ik vind vooral nog steeds mijn gerief in polder water. Het maken van korte en gerichte worpen op duikers, waterplanten, driesprongen, steigertjes, half gezonken bootjes, versmallingen, paaltjes en andere objecten blijft me boeien. Zo ook het zien van de aanbeet. Of, zoals vaak, de net niet aanbeet. Volgers, missers en weigeraars neem je immers ook optisch waar. Een toegevoegd en spannend element van de poldervisserij naar mijn idee. Ook het aflopen van een water, houdt je ook nog eens lekker warm, is een karakteristiek onderdeel van het polderzwiepen. Een met beide benen op de grond visserij dus. Ieder zijn ding.

 

 

Vandaag mocht ik, flink onder de medicatie vanwege een behoorlijk verrekte onderrug spier, weer enkele uren genieten van de polder. In beweging blijven is een goede remedie tegen dergelijke klachten. Dit keer was ik in gezelschap van Edward S. van Koppang camping in Noorwegen. Het staat niet in verhouding dat ik in ‘zijn’ water vis maar toch is het altijd leuk even met elkaar op te trekken.

 

Wist je trouwens dat er voor 2018 nog maar twee plekken open zijn voor de vermaarde workshop vliegvissen op stromend water ?

 

 

 

Er viel weer te genieten van de omgeving, het water, de luchten en wat er zo verder passeert. Zoals natuurlijk de beoogde snoeken. Ook dit keer hoefden we het niet zonder te stellen. Een aantal fraaie polderexemplaren viel ons ten deel. Ze pakten de streamers in ietwat troebel water dat hooguit een meter diep was. Of soms gewoon lekker niet. Volgers dus. Maar dat houdt je lekker scherp! Maar met de resultaten waren we al met al weer dik tevreden.

 

erikdenoorman

 

Kleine Johan ( voor het eerst gepubliceerd dec. 2001)

 

Als vliegvissende buurman ben ik altijd al een attractie geweest van jewelste. Althans, zo denkt kleine Johan hierover. Johan is een parmantig ventje van 7 jaar dat een, voor zijn leeftijd, opvallend brede interesse voor de grote mensen wereld heeft. Hij woont tegenover ons en noemt mij dientengevolge altijd buurman Erik. En wat is er nou leuker voor een jochie van zeven dan een buurman met een bijzondere en spannende bezigheid. Vooral in de zomer, als ik nog wel eens aan de vijver achter mijn huis lui een nimfje sta te werpen komt hij me dikwijls vergezellen. Hij kwekt honderd uit en weet intussen al redelijk wat te melden over de vliegvisserij. Hij weet in ieder geval dat ie links van me moet gaan staan.

 

 

In Soest, waar ik naar alle tevredenheid woon, is veel fraai aangelegd water. Altijd fijn om dicht bij huis ervan te kunnen genieten.

 

Dat vliegvissen in stadsvijvers en sloten is trouwens een volstrekt unieke bezigheid in Europa. Ons toch al natte landje maakt ook in de directe woonomgeving van vele medelanders vliegvissen mogelijk. Wijze mannen hebben, al dan niet ten behoeve van afwatering en dergelijke diverse woonwijken voorzien van vijvers en sloten. Als vanzelf kwam daar vis in. En dikwijls zelfs een overvloedig visbestand. De voor vliegvissers zo geliefde soorten als (ruis)voorn en snoek zitten er sowieso. Dikwijls ook nog brasem, karper en soms zelfs baars. En dat allemaal zeer dicht in de buurt van waar je woont. Ik zelf mag me gelukkig prijzen met een omvangrijk vijverproject dat middels duikers en sloten aan elkaar vast zit. Een avondje voornvissen is beslist geen probleem. Ook niet voor minder ervaren broeders onder ons. Het miegelt er gewoonweg van. Bijna elk nimfje op haak 14 wordt wel een keer genomen. Vangsten van vele vele tientallen kunnen zomaar mogelijk zijn. En dan heb ik het nog maar niet eens over de moddervette vijversnoeken die er rondwaren. Menig exemplaar heb ik reeds op een ritje streamer scheuren getrakteerd. Ik kan ze bijna een naam geven. Een avondje klooien met een pluk witte verbandwatten op een grote haak en bijvoeren met brood leverde reeds een flink aantal forse karpers op die het uiterste vergden van mijn #6-7 hengeltje.

 

Kleine Johan volgt mijn verrichtingen met immer wakkere aandacht. Het zal u dan ook niet verbazen dat hij later als hij groot is ook vliegvisser wordt. Hij denkt kennelijk dat het een soort goed betaalde job is waarmee je moeiteloos een middelgroot gezin kan onderhouden. Over werphengels en dergelijke hoor je hem nooit. Laat staan vaste hengels en dobbers.

 

Ik weet waarom je met een nimf vist” zegt hij dan plotseling.

Oh ja “ doe ik verbaasd.

De meeste vis zit in het water en het meeste eten ook

Dat is beslist zo” prijs ik hem.

 

Ik sta bij een rietkraagje waar een halve meter water staat. De leader die ik nu gebruik is een gewone leader die je ook voor droge vliegen gebruikt. Het puntje 10/00 van een halve meter lang heb ik voorzien van een golfbalnimfje. Dat is eigenlijk niets meer dan een phasanttail-nimfje met een klein goudkraaltje. Het zinkt keurig af en wordt vaak onderweg naar beneden al geattacheerd door een paar zeer kleine voorntjes. Dat laat ik maar zo want even laten is het nimfje in de buurt van de bodem beland. Nu is het zaak van zeer langzaam binnenstrippen.

 

  

Johan volgt nauwlettend het afzinken van de nimf en houdt zijn ogen onafgebroken gericht op de kleine beetverklikker terwijl hij continue doorbabbeld. Soms midden in een zin roept hij “BEET !”. Ik hoef dan alleen nog maar mijn leader te strekken omdat zich weer een voorntje aan de nimf heeft vergist. Ben ik te vroeg of te laat met het zetten van de haak wordt ik vriendelijk doch dringend voorzien van tips hoe dit te voorkomen is. Het wisselen van een nimf is iets dat hij graag ziet. Hij mag dan namelijk van mij de zwarte Wheatly (met twee handen) openen en er zelf eentje uitzoeken. Dat doet hij met veel nauwkeurigheid en overweging. Wat uiteindelijk ertoe leidde dat hij een bepaalde nimf verkoos zal me echter altijd onduidelijk blijven. Het is zeker dat hij deze handeling als zeer gewichtig ervaart.

 

En de dialoog kabbelt gewoon verder. Hij heeft een fotografisch geheugen voor wat ik hem zeg en ooit gezegd heb. Zijn repliek is desondanks niet zo zeer op kennis gebaseerd maar meer op hetgeen hij op zijn harde schijf heeft gezet. En dat is voor zo’n ventje toch een heel beetje. Ik heb op mijn beurt ook reeds veel vertrouwelijke zaken van hem vernomen. Bijvoorbeeld dat hij eens gezien had dat zijn vader zijn moeder kuste. Toen ik hem vertelde dat dit beter is dan ruzie maken trok hij een vies gezicht. Ik heb maar niet naar details gevraagd want dan schaadt je zo’n baasje misschien. Maar ook het wel en wee in groep twee, zijn nieuwe fiets, zijn voorraad computer games en het verlanglijstje voor zijn verjaardag zijn me gevoeglijk kenbaar gemaakt in de loop der uren dat hij me vergezelde aan de vijver.

 

Afgelopen zomer vroeg hij me “ Hoe oud moet je zijn voor een vlieghengel “ ?  Ik vertelde hem dat er geen leeftijd aan gebonden is maar dat het wel handig is als je een paar jaartjes ouder bent en dus ook wat langer. Daar was Johan het niet mee eens. “ Ik vind van niet “ zei zijn heldere stemmetje dapper. Even wist ik niet hoe het nu verder moest maar Johan pakte de draad snel op. “ Maar mag ik dan wel vast paar vliegen hebben"? Dat kon ik moeilijk weigeren en ik zond hem huiswaarts voor een leeg doosje. Immers haken in je broekzak is ook niet alles. Hij mocht uit de Wheatly er drie uitzoeken. Dat nam enige tijd in beslag maar zijn keuze mocht er zijn. Een geweldig grote bruine steenvlieg, een oranje goudkopje werden het eerste uit de doos geplukt. De derde keuze was klein zwart beduimeld nimfje met heel wat vlieguren. “ Moet je voor die zwarte geen andere “ ? vroeg ik hem verbaasd. “ Nee buurman, deze is goed want daar vang je ze mee “ zei Johan terwijl hij met een samenzweerders gezicht het doosje sloot. In tegenstelling tot andere dagen keerde hij vlot huiswaarts en stond ik nu alleen in de ondergaande zon van zo’n lome zomeravond routineus mijn visjes te verschalken.

  

Het zal een half uurtje later zijn geweest dat ik de buurvrouw langs de vijver zag hollen. Een ongewoon gezicht want ze had een ochtendjas aan die vanwege de snelheid meer buurvrouw liet zien dan ik gewend was. En, om misverstanden te voorkomen, ik was niet veel gewend. “ Kom vlug mee buurman, Johan is helemaal overstuur “ hijgde ze me al van afstand toe. Ik schrok enigszins, legde mijn hengel neer en galoppeerde mee terug met haar. Onderweg werden we reeds luidkeels tegemoet gejankt door Johan. “ In de kamer “ zei de buurvrouw, nu vrijwel geheel buiten adem.

 

 

  

In de kamer zat Johan op zijn knieën aan de grote tafel. Mijn aanwezigheid liet het janken overgaan in amechtig snikken. Toen zag ik wat er aan de hand was. Aan een dun zwart draadje dat Johan in zijn hand had zat mijn verfomfaaide zwarte nimfje. Aan het nimfje zat de goudvis van Johan. Het beest zwom zeer opgewonden rondjes in de kom.

 “Haal ‘m eraf !“ smeekte Johan.

Ik nam het draadje van het trillende ventje over en trok de opgewonden goudvis uit de kom. Teleurgesteld constateerde ik dat de nimf pittig diep in de bek zat. Onthaken viel op zich wel mee maar de dril in de kom met de nimf aan het strakke draadje had de tere goudvissenbek nogal beschadigd. Het beest zou hier op den duur zeker aan overlijden. Ik stond voor een dilemma. Wat nu ?

Een ingeving bracht licht in de duisternis. “ Laten we Blub ( want zo heette de vis ) maar in de vijver loslaten Johan” zei ik op een toon die geen ander alternatief duldde. Ik probeerde er zo overtuigend mogelijk bij te kijken. Johan keek eerst mij vertwijfeld aan, toen zijn moeder en zei in zijn laatste heftige snik: “ Hij werd toch al te groot voor de kom “.

Zo zou de vis esthetisch verantwoord kunnen heengaan. Snel handelen was geboden want de vis leek zijn laatste uurtje te beleven en bovendien wist je maar nooit of johan nog van gedachten zou veranderen.

Zo togen we niet veel later, nadat de tranen gedroogd waren en alles was bijgelegd met allebei een flinke lolly voor de schrik, terug naar de vijver. Tussen ons in een zwarte bouwmarkt emmer met daarin wat water en de zieltogende goudvis. Blub zwom al op zijn zij. Maar dat kwam omdat hij zo geschrokken was wist ik handig te vertellen. Zo kan alleen een volwassene liegen.

Ik kon nog niet vermoeden wat een drama ons nog te wachten stond. Tegen dit soort lotsbestemming is immers niets opgewassen. Bij de vijver werd Blub door ons beiden nog even kort toegesproken. Aan de oever was een kaal plekje tussen het riet waar Johan veilig zelf de emmer kon leeggooien in het water en tussen de lelies. “ Zal je Blub zien kijken als ie straks rondzwemt” zei ik met een forse knik. Want weldra zou het leed geleden zijn. Johan liep naar de kant, de grote zwarte emmer nu helemaal alleen torsend. Hij wilde de missie zelf volbrengen. Aan de oever werd de emmer behoedzaam geleegd. Als laatste floepte Blub er uit.

Dag Blub “ zwaaide Johan. “ Veel plezier Blub” vulde ik aan.

Op precies dat moment kwam een enorme geelgroene schim uit de diepte aanspurten. Ik wilde wat roepen maar wist uit ervaring dat dit te laat zou zijn.Als in slow motion zag ik de enorme snoekenbek open gaan en  de helrode kieuwbogen bijna fluorescerend blinken in de ondergaande zon. Een ontzagwekkende kolk, een wegdraaiende flank en toen was het een seconde stil. Een paar belletjes kwamen vanuit de diepte omhoog als laatste bewijzen van het drama dat zich hier afspeelde.

Johan tuimelde achterover en hief een enorm gehuil aan dat weerklonk tegen de huizen aan de overkant. Daar keken mensen op van hun stoel als had ik het ventje ernstig mishandeld. Ik spreidde mijn armen als blijk van onschuld maar ze bleven me bekijken als dader van een misdrijf. Het gehuil werd nu hysterisch met van die lange halen.

Weer kwam zijn moeder aansnellen en griste het ventje mee. Ik wilde mijn excuses mompelen maar kwam niet ver. Wat kon ik er nou helemaal aan doen ? Daar stond ik. De mensen aan de overkant gingen hoofdschuddend weer zitten. Kleine Johan keek achterom en schonk me de meest boze blik op zijn tronie die een ventje van zijn leeftijd maar kon maken. “ Heb je nou je zin” snauwde zijn moeder me nog na.

Moeder en zoon verdwenen in stramme pas huiswaarts. De zon in als een rode bol boven de huizen. Vogels hadden opgehouden met fluiten en begonnen nu het stil werd aarzelend hun lied te hervatten. Een week later, toen ik de emmer terugbracht, bood ze mij haar verontschuldigingen aan. Zo zou het niet bedoeld zijn geweest.

En Johan ?

Nou die kijkt me nauwelijks meer aan. Ik ben duidelijk van mijn ivoren torentje gevallen. Zijn tere kinderzieltje is hopelijk flexibel genoeg om het trauma te verwerken hoop ik. Ooit zal hij een grote vent zijn. Hij heeft nu in elk geval een Konijn; “Snuffel” heet ie.

En die snoek? Nou die is van de herfst aan de beurt. Met een felgekleurde Swier-streamer zal hij zeker een keer aan de kant komen. Johan zal er niet bij zijn vermoed ik.

 

erikdenorman