Walden-pond

Over waden gesproken
 
 
 
Het oversteken van een hard stromende passage vergt altijd concentratie. Maar als je dat schuin met de stroom mee doet komt het geheid goed.
 
 
Vliegvissers zie je vaak wadend. Dat heeft als grootste oorzaak dat de werpafstand die we redelijkerwijs en effectief kunnen overbruggen beperkt is tot een 20-25 meter. We zullen dus naar de vis toe moeten. En niet zelden moeten we daarvoor te water. Gelukkig is daar prima kleding voor ontworpen en is er, in allerlei prijsklassen een goed waadpak te scoren. Dat geldt ook voor waadschoenen. Al zie ik vaak dat juist daar onterecht op bezuinigd wordt. Goed passende waadschoenen met zolen die geschikt zijn voor de ondergrond waarop je gaat staan ( laat je goed informeren over de voor en nadelen van o.a. vilt, vibram, studs) zijn zeer belangrijk voor je veiligheid.
 
Ook op zout water kun je uiteraard waden. Hier vormt echt kelp en zeewier voor een zeer gladde ondergrond.
 

Als je  gaat waden kom je, door schade en schande vaak, er achter dat dit niet altijd gaat zoals je denkt. Zelfs op stilstaand water niet. Zo ben ik eens behoorlijk vast geraakt in de blubber en was ik blij dat er iemand bij me in de buurt stond om me te helpen uit die zuigende bagger te komen. Dat zelfde kan ook gebeuren trouwens met zand. Dat lijkt solide maar is het soms geheel niet. Oppassen is dus altijd noodzakelijk. Op vreemd water is een waadstok handig om zo nu en dan eens in de bodem te prikken en zo te beoordelen of een volgende stap nou wel zo handig is.
 
  
Voor dat je te water gaat even goed kijken hoe en waar loont altijd. Eenmaal te water, zakken dicht, bril op en gewoon voorzichtig bewegen.
 

Zeker als je wat onervaren bent is het gebruik van een waadstok beslist aan te raden. Want op stromend water is het een buitengewoon nuttig instrument om je veilig te verplaatsen. Zeker als we spreken over een behoorlijke stroming en wanneer je dieper waad is zo’n derde been verrekte handig. Die stok heeft me menig maal uit tamelijk benarde situaties gered. Primair bij het waden is dat je eerst de rivier, de stek, de pool die je wilt bevissen goed verkend. Een polaroid bril is daarvoor onmisbaar. Hoe ziet de bodem er uit? Zijn er obstakels? Waar wordt het plotseling te diep? Hoe kan ik weer veilig aan de kant komen? Wist je trouwens de meeste vliegvissers onderuit gaan als je bijna aan de kant zijn gekomen? Daar zijn de stenen dikwijls het gladst van algen en zo!
 
Beter is het om je vliegen collectie aan de kant te laten en alleen dat mee te nemen wat je wilt gebruiken in een klein(er) doosje.
 
  
En als het dan toch fout gaat? Ok, het gebeurt ons allemaal wel een keer dat je koppie onder gaat. Dan is het in elk geval fijn om te weten dat je in elk geval je dierbare spullen dusdanig in je visvest hebt gestopt dat ze niet los raken en wegdrijven. Er zijn al heel wat vliegendozen, tippetspoeltjes, camera’s, brillen enz. stroomafwaarts gegaan.
In tegenstelling tot verhalen die ik wel eens hoor kun je in een waadpak prima zwemmen. Ook als het volgelopen is. Het is dus zaak je hoofd (figuurlijk) koel te houden en niet in paniek te raken. Door schuin stroomafwaarts richting de kant zwemmen/drijven/ watertrappelen is de kans op ongelukken zeer gering. Tegen de stroom in terug is in elk geval absoluut geen optie en kost alleen maar energie.
 
 
 
Af en toe even pauzeren is wel zo prettig. Bovendien een mooi moment om even bij te praten, vliegen uit te wisselen en wat te eten of te drinken.
 

Op extreem water met harde stroming of een van de buitenwereld geïsoleerde omgeving en zo is het overigens veel veiliger om niet alleen te gaan. Een vismaat kan belangrijk zijn als er iets fout gaat. En dat hoeft niet perse met waden te zijn. Een verkeerde stap kan je bijvoorbeeld een botbreuk of dergelijke opleveren en dan is het toch wel heel erg fijn als er iemand ervoor kan zorgen dat er hulp komt. Ik heb overigens een fluitje aan mijn vest hangen dat een buitengewoon schril geluid geeft. Mocht het eens nodig zijn dan kan ik er de aandacht van anderen mee wekken. Het is maar een tip…
 
 
erikdenoorman
 

Afgepaaid

 

De windes hier in de regio hebben hun jaarlijkse plicht voldaan. De paai is voorbij, het water lijkt verlaten. Geen geplons meer bij de stuwen, geen kolken in het water, geen windes meer naar het lijkt. Maar dat is maar ten dele waar. De optrekkers uit de randmeren zijn in elk geval weer terug. Gek genoeg heb ik nooit terug kerende windes gevangen benedenstrooms. Het lijkt er op dat ze, na de daad, geen honger hebben en alleen maar terug willen naar waar ze vandaan komen. Onzichtbaar, onpeilbaar. Ja bijna geheimzinnig.

 

 

 

Het seizoen was tamelijk bijzonder. Vooral omdat het maar niet warm werd. Tot laat in Maart speelde nachtvorst parten. Het water wilde maar nauwelijks opwarmen. Desondanks is er redelijk gevangen. Wat eigenlijk vooral opviel, maar er waarschijnlijk weinig mee te maken heeft, was de absurde hoeveelheid roofblei, waaronder een paar hele beste, die zich aan de red tag nimf vergrepen.

 

 

Na de paai volgt er meestal een periode waarin er weinig gebeurt. Het is dikwijls nog te fris om de paaitrek van voorn en brasem op gang te krijgen en de windes die, als standvis, in de Gelderse vallei voorkomen laten zich niet of nauwelijks zien. Op enkele plekken na. Ik prijs me gelukkig een paar van die plekken te kennen en zet daar nu mijn zinnen op. Eerst nog met natte vliegen in de hogere waterlagen en aanstonds, als het echt warmer blijft, op de droge vlieg.
Het is dezelfde periode dat ook de windevisserij op de grote rivieren zijn aanvang neemt. De Lek, de Rijn, de Waal, de Maas, de Merwede…… Stuk voor stuk wateren met super grote windes. Je vindt die windes daar op ondiepe stukken tussen de kribvakken, in de buurt van veerboten en op plekken waar riet staat. Veel observatie is nodig om deze plekken in kaart te brengen maar de visserij kan zeer lonend zijn. Het kan aan mij liggen aar mijn beste resultaten zijn toch vrijwel altijd bij warm en zonnig weer. De vroege ochtend en late avond verdienen de voorkeur.

 

De zware nimfen kunnen nu in de doos blijven. Vliegen die ik vanaf midden april inzet zijn o.a. de befaamde natte Patrick, kleine wooly buggers, nat en droog geviste palmers en de dwars gestreepte rukmug ( ja die ik ook voor vlagzalm gebruik, maar dan 1 of 2 haakmaten groter). Maar ook andere vliegen , mits fors ( haak 6-8-10), kunnen zeer goed vis opleveren. Ook hier geldt dat je eigen voorkeur in een vlieg waar je vertrouwen in hebt bepalend kan zijn. Zo ken ik iemand die heel goed vangt  (en zweert bij) Daddy Longlegs. Juist ja, langpootmuggen.

 

 

erikdenoorman

Je nest uitkloppen

 

 

 

Snoekbaarzen maken een nest. Daar worden straks de eitjes ingelegd en als die uitgekomen zijn bewaken zowel pa als ma dat nest tegen alles wat de mini snoekbaarsjes op het menu heeft staan. Dat kunnen andere roofvissen zijn. Maar ook o.a. aal en winde vreten visbroed. Niet te vergeten; de grote rovende larven van o.a. libelles! En dat is waarom, zo vertelde een wijze man mij eens, ze niet van indringers houden als ze een nestkuil hebben ingenomen. En daar mijn grote nimfen, die ik inzet met de bedoeling dikke windes te verschalken, wellicht op een indringer lijken worden zij ook ‘verwijderd’ door zowel pa als ma snoekbaars. Ze kloppen hun nest netjes uit als het ware. Een plausibel verhaal dunkt me. En als je een andere visie hebt hoor ik die natuurlijk ook graag. Ik viste overigens met twee nimfen vanmiddag. Aan de dropper (zijlijntje) een redtagnimf en helemaal onderaan een naamloze nimf bestaande met bruine hackleveer en pauw als lijfje. (zie boven). Die bruine moesten ze hebben dus.

 

Vanmiddag was het weer eens zover. Het was op één van mijn stekken waar ik vandaag of morgen de windes verwacht. Ik stond al even heerlijk in het zonnetje te zwiepen toen mijn beetverklikker onder schoot. Nadat ik de haak had gezet voelde het bepaald niet aan als winde. De vis bleef diep, nam lijn en bleef maar zwemmen. Het duurde enige minuten voor ik de vis zo hoog had dat ik kon zien wat het betrof. Een heel beste snoekbaars. Ik maakte snel een kansberekening. Er waren geen noemenswaardige obstakels, mijn tippet van 14/00 moest het kunnen doen en de #3 die ik hanteerde had net genoeg body om een schappelijke dril te houden waarbij de vis niet oeverloos lang aan het lijntje gehouden hoefde te worden.  

Het duurde dan ook niet lang voordat ik de vis netjes kon landen. Ze had de nimf helemaal in het puntje van de bek. Na snel opmeten (circa 70 cm.) en de foto op het natte mos mocht ze weer zwemmen. Altijd super zo’n onverwachte vangst op licht materiaal. In deze periode komt het ook voor dat roofblei en snoek zich aan een nimfje waagt. Van die eerste snap ik dat nog wel een beetje. Maar dat snoek, zelfs hele grote, ook een nimfje pakken…

 

 

Kers op de taart was bovendien nog eens dat ik binnen een half uur een tweede, iets kleinere en beduidend slankere, snoekbaars mocht haken en vangen. Op precies dezelfde plek en met de nimf op de precies dezelfde plek voorin de bek. Dat kan geen toeval zijn geweest. En de winde ? Nee, daar heb ik geen spoor van gezien. Maar je zult me niet horen klagen hoor.

 

erikdenoorman

Abramis, een fijne brasem nimf

 

 

 Het gericht bevissen van grote brasem ken teen wisselende belangstelling. Ik ken vliegvissers die bij het woord brasem al de gordijnen in schieten. Luie dweilen, slijmjurken noemen ze deze vis. Anderen hebben er geen probleem mee en weten de kracht van deze vissen, vooral in het voorjaar en op stromend water, zeer te waarderen. Tot die laatste groep behoor ik ook. Brasems van tot wel dik in de 60 cm. Zijn kilo’s zware vissen die vechten voor wat ze waard zijn. Geholpen door hun omvangrijke platte lijf zetten ze zich schrap op de stromingen en blijven ze lekker diep nukken alvorens je ze in het zicht krijgt. Oh ja, ik heb brasems gehaakt die zelfs lijn namen!

 

 

Nu in het vroege voorjaar zijn ze denk ik op hun sterkst. Het lijkt wel of ze hun krachten hebben gespaard om straks aan de paai te beginnen. De mannetjes voelen ruw aan, hebben de kenmerkende paaipukkels op de kop en hun lijf en zijn beslist niet slijmerig. De vrouwtjes blijven mooi glad en zijn verreweg het dikst nu vanwege het vele kuit dat ze meedragen. Paaien doen ze overigens zo rond het einde van april.

 

Ik bevis brasem graag met fluornimfen. Daarbij is fel oranje op de één of andere manier favoriet bij mij. Waarschijnlijk vanwege het feit dat ik er al zoveel op gevangen heb. Het kan maar zo zijn dat jij een andere favoriete kleur hebt. Jaren geleden bracht ik eens een ribbing aan op zo’n nimf. Zoiets is ongetwijfeld al wel eens eerder bedacht maar voor mij  was het nieuw toen. En, puur omdat ik het mooi vind, doe ik dat nog steeds. En gek genoeg alleen bij nimfen die ik denk te binden voor juist de brasem. Al zullen de grove voorns die eerdaags ook komen optrekken ‘m niet links laten liggen. Ik bind de nimf op een loodverzwaarde haak 10 die ik ook nog eens voorzien heb van een tungsten of messing kraal. Want deze nimf moet natuurlijk diep aangeboden worden. Het body materiaal is fluor floss of een synthetische variant hiervan. Geribd met, zoals eerder gezegd, een pauwenherl. Ook de thorax van deze eenvoudige nimf is gewoon van pauw.

 

 

erikdenoorman

Een dozijn winde nimfen

 

Het zal niet al te lang meer duren voordat de eerste windes vanuit groot water de reis ondernemen naar hun paaiplekken. Eind februari staat dit weer te gebeuren als het ten minste niet vriest. Het is een  voor velen onzichtbaar gebeuren dat zich over de bodem van rivieren manifesteert. Want optrekkende windes zul je niet gemakkelijk spotten. Om ze te vangen zul je goede kennis van je water moeten aanleren. En je zult het beoogde aasje dus ook diep moeten aanbieden. Net boven de bodem om precies te zijn. En dan kom je als vanzelf op verzwaarde nimfen terecht.

 

Over de juiste keuze van een vangende nimf is veel te zeggen. Persoonlijke voorkeur speelt hierin wel degelijk een rol. Toch ben ik na vele jaren op een stelletje nimfen blijven hangen waar ik gewoonweg veel succes mee gescoord heb. Dikwijls heel eenvoudige nimfen. Ze hebben een paar dingen gemeen. Ze zijn fors, haak 8 is het gemiddelde formaat, en ze zijn verzwaard met in elk geval looddraad en vaak met een goudkopkraal. De verschillen zitten ‘m meer in kleuren en het gebruikte bindmateriaal.

 

 

 

 

Over deze unieke vroege voorjaarsvliegvisserij op deze mooie sportvis kom ik later beslist nog terug. Maar het is nu de tijd om je doos met wat nimfen te vullen. In mijn geval noodzaak. Ik vis namelijk op water met een zeer onregelmatige bodem. En dat levert helaas de nodige vastzitters op. Soms kun je op een middagje zomaar 10 nimfen kwijt raken. Maar ik vind dat niet erg want zoals je vast al wel bemerkt hebt is het voor mij geen straf er veel te binden. Uit mijn eigen selectie heb ik 12 nimfen gehaald en op de foto gezet. Dat geeft jou in elk geval een inkijkje in mijn vliegendoos en wellicht inspiratie om na te binden.

 

 

 

 

 

To be continued 

 

erikdenoorman