Walden-pond

Sulphurea parachute

 

Zomaar in eens kunnen ze er zijn. Middelgrote gele eendagsvliegen. Meestal in de 2e helft van de middag. Er waar de vissen dan ook op het azen waren, die kanariegele willen ze maar al te graag. De eerste keer dat ik me door deze eendagsvliegen liet verassen had ik niets in mijn vliegendoos dat geel genoeg was om als imitatie te dienen voor dit familielid van de Heptagenia’s. En dat had tot gevolg dat ik pas weer ging vangen tegen het begin op de avond toen de vissen zich weer aan de reguliere hap waagden. Ik was vastbesloten dat ik dit niet meer wilde meemaken en zat dezelfde avond nog gele eendagsvliegen te binden. Dan zou ik ze de volgende dag we eens een poepie laten ruiken. Nou, ik zal eerlijk zijn, de volgende dag geen enkele gele eendagsvlieg gespot natuurlijk.

 


Toch hield ik er altijd een stuk of wat paraat in mijn vliegendoos. En maar goed ook. Want ik heb ze op andere momenten, toen ze wel verschenen op het water, er direct aan kunnen knopen. En met succes mag ik wel zeggen. Tussen al de andere insecten door pikten ze die gele er telkens keurig tussenuit. Het zou kunnen zijn omdat ze ze beter kunnen waarnemen. Maar ook, wie zal het zeggen, dat ze net even wat lekkerder zijn. Feit is wel dat wij ze als vliegvisser wel uitstekend kunnen zien. En dat is nooit weg. Je kunt ze binden op haakje 14. Maar op de grote Scandinavische rivieren heb ik nog nooit een vis zien weigeren op een maatje groter. Hoewel het niet een 100% juiste imitatie kun je ze nog groter aanbieden als de grote gele meivliegen aanwezig zijn (Emphera Danica).

 

 

 

Ik bind mijn Sulphurea (sulphur = zwavel) net als veel van mijn eendagsvliegen parachutestijl. Dat wil zoveel zeggen dat om het vleugeltje heen een hackleveer horizontaal wordt ingebonden. De veer wordt dus niet om de haak gewikkeld maar om de vleugel. Die vleugel is overigens van lichtgele antron. Het lijfje is gemaakt van fijne gele dubbing en de staartfibers zijn van enkele fibers uit grijze hanenhackle. Bij dit insect is de staart trouwens langer dan het lijfje. Een parachutevlieg drijft goed, heeft een prima silhouet, is goed te volgen op het water en is duurzaam. Maar uiteraard kun je ook meer traditionele bindwijzen toepassen. Even googlen en er gaat een wereld aan afbeeldingen, foto’s en bindmethodes  voor je open.

 

 

erikdenoorman

Luie binders nimf

 

Als je niet veel techniek beheerst, zegt dat je al helemaal niet kunt binden, denkt dat alleen ingewikkelde patronen vis vangen of, zoals ik gewoon lui bent dan is deze uitmuntend vangende nimf een poging waard. Mooi voor voorn, winde, forel, vlagzalm. Je kunt ze er echt allemaal mee vangen.

 

 

Een haakje, zo nodig een stukje looddraad, een goudkraaltje, cactuschenille en een scherp schaartje heb je ervoor nodig. De foto’s spreken duidelijke taal. Cactus chenille, en daarop lijkende soorten, zijn er in vrijwel alle denkbare kleuren. Dus kun je je er heerlijk op uitleven! Succes alvast. Het voorbeeld is trouwens gebonden op een haak 10 met een kraaltje van 3,8 mm. Deze is bestemd voor de windes straks.

 

erikdenoorman

Een andere windenimf

 

 

De dril van een beetje winde is meestal kort maar heftig. Maar zo vroeg in het voorjaar, vooral op een mooie dag, oh zo'n leuke bezigheid.

 

Veel prima vangende nimfen kennen weinig meer bewegelijkheid dan die de stroming van het water en/of de wijze van binnen strippen er aan geeft. Deze nimf is uit zich zelf, vanwege de lange slappe pootjes, al bewegelijk en wordt zelfs zonder dat je er veel beweging aan toevoegt een levendige imitatie van een waterbeestje. Niks meer en niks minder want er zwemt naar mijn beste weten niets in ons Nederlandse zoete water met een roze staartje rond. Toch wekt het model van een larve, hoe dan ook gebonden, bij de vis altijd wel iets van belangstelling op. Immers zelfs de meest statisch gevist nimf wordt vaak toch nog genomen door een azende vis. Naar mijn idee is het wel zo dat die zwabberige pootjes er in sommige gevallen voor zorgen dat bij twijfel, of iets nu wel of niet een eetbare hap is, er toe kan doen. Juist als je bemerkt dat de vis kieskeurig bijt is het de moeite waard om deze nimf eens in te zetten. Ik doe dat bij de vlagzalmvisserij wel eens met zeer bewegelijke spiders ( nat vliegje met zachte hackle). Ook die bewegen beduidend meer dan een reguliere nimf en kunnen op sommige dagen met kop en schouders uitsteken, qua resultaat, met nimfen in de zelfde kleur en het zelfde formaat. Dus waarom zou het niet gelden voor dit exemplaar?

 

 

 

 

Deze nimf is gebouwd op een langstelige haak 10, voorzien van een kraaltje en een loodverzwaring. Het overige materiaal bestaat uit roze synthetische floss (staart), grijze of beige dubbing met en dunne goud of koperdraadribbing, een zacht zwart (henne)veertje en paar pauwenfibers. De bindvolgorde zie je hier boven op de foto’s afgebeeld en spreekt denk ik voor zich. 

 


erikdenoorman

Brush peeking caddis

 

Een van mijn favoriete naturals voor wat betreft nimfen is de peeking caddis. Deze tamelijk natuurgetrouwe imitatie van een in een kokertje levende larve van de caddis ( sedge/kokerjuffer) heeft me in zowel binnenland als buitenland namelijk al heel wat vis opgeleverd. Jazeker, ook in Nederland. Met name winde is er verzot op. Je kunt ze daarvoor vrijwel het hele seizoen succesvol inzetten. Dat in het buitenland vlagzalm en forel ze op het menu heeft staan is allang geen nieuws meer.

 

 

Omdat ik van simpele technieken hou maak ik voor deze nimfen altijd eerst wat dubbing brushes van hazenhaar of zo. Ik kies meestal voor een zandkleurtje. Met behulp van dun koperdraad en een gemodificeerde neustrimmer van Blokker is dat zo gepiept.

  

  

 

Op een sedgehaak 10 of 12 zet ik eerst 18 slagen looddraad van 0,6 mm*. In doorsnede. Daarna zet ik een kraaltje* op dat ik met een drupje watervaste secondelijm aan het lood verbind. Dan kan zowel het kraaltje als het lood niet gemakkelijk meer van zijn plek. Net boven de haakbocht zet acht achter het kraaltje een stukje chenille op in de kleur olive. Voorstellende het uit het kokertje glurende larfje. Het puntje van de chenille smelt ik iets met een aansteker zodat het niet afrafelt. Van een zacht hennenveertje, dat ik net achter de kraal op het lood monteer wikkel in in twee slagen een serie pootjes. Beduidend meer pootjes dan in het echt maar geloof me, het effect is precies zoals ik het wil zo. Als laatste monteer ik de dubbing brush die ik vanaf de pootjes tot aan het haakoog wikkel en daarna afbindt. Na eventueel iets bijknippen laat ik wat dunne Bug-bond op het kokertje vloeien dat ik met het ultra violette lampje laat harden. Zo blijft deze nimf lang intact. Ook na meerdere forellen.

 

* al naar gelang het gewenste gewicht van de nimf kun je een kunststof/messing of tungsten kraaltje kiezen. Ook dunner looddraad is natuurlijk een optie.

 

erikdenoorman

Houten vliegjes

 

In Noord Europa worden al tijden lang kunstvliegen gemaakt van hout. Balsahout om precies te zijn. Een uitermate lichte houtsoort die, dien ten gevolge, drijft als een kurk. Het zelfde hout als waarvan men dobbers maakt. Dat zegt genoeg. Het is bovendien een zachte houtsoort die met een hobbymesje makkelijk in vorm te krijgen is en zich met een schuurpapiertje fijntjes laat modelleren. Ik wil niet beweren dat balsahout dus het materiaal is waarop een ieder heeft zitten wachten. Noch dat dit het ultieme vliegbinden is. Maar wil je er zeker van zijn een onzinkbare vlieg te maken dan is dit zeker een interessante optie om eens uit te proberen. Je kunt er prima vangende vliegen mee maken. Vliegen die nu eens niet iedereen in zijn doosje heeft.

 

Balsahout koop je in diverse diameters bij een goed gesorteerde hobbywinkel.  Met twee voelsprieten van elandhaar en een bruine hackle maakte ik er een sedge van.  Balsa wordt ook vaak gebruikt om kevertjes en torren te binden. Ook bijen en wespen trouwens. Tip: deze goed drijvende vlieg is ook zeer geschikt als indicatorfly om een nimfje te presenteren!

 

 

Zet een haak in je vice en lijm daar het stukje balsahout, dat je hebt voorzien van een inkeping op. Hierna kun je naar eigen wens snijden en schuren.

 

Kleur het balsahout in de door jou gewenste kleur en lak het resultaat 2x goed af. Hierna monteer je twee voelsprieten van bijv. elandhaar.

Ten slotte zet je een hanen hackleveer op die je een aantal slagen om de haaksteel wikkelt. De vlieg kan dan afgebonden worden en is gereed voor avontuur.

 

erikdenoorman